geducht
gevreesd, ontzagwekkend, vervaarlijk, behoorlijk, danig, flink, terdege, zeer, scherp, vinnig
gevreesd, ontzagwekkend, vervaarlijk, behoorlijk, danig, flink, terdege, zeer, scherp, vinnig
bedrogen, gefopt, beetgenomen
brutaal, dapper, driest, boud, gewaagd, stoutmoedig, vermetel
ge` du – ren – de, voorzetsel, binnen de tijd van: gedurende een jaar, gedurende de oorlog
ge` dwee, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, meegaand, volgzaam;, ge` dwee – heid, de -woord (vrouwelijk)
almaar, continu, staag, steeds, aanhoudend, gestadig, onophoudelijk, onophoudend, voortdurend
onvrijwillig, geforceerd, gekunsteld, gemaakt, onnatuurlijk, stijf, genoodzaakt, gegeneerd, verlegen, witjes
kwekersrecht.’de houder van een kwekersrecht is verplicht de licenties te verlenen welke voor de voorziening…met teeltmateriaal…noodzakelijk zijn’
Patient die gedwongen in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft
rit waarvoor de reiziger feitelijk aangewezen is op één enkel openbaar vervoermiddel, inclusief auto voor eigen gebruik, verplaatsing te voet of per fiets daargelaten