Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

geducht

gevreesd, ontzagwekkend, vervaarlijk, behoorlijk, danig, flink, terdege, zeer, scherp, vinnig

gedupeerd

bedrogen, gefopt, beetgenomen

gedurfd

brutaal, dapper, driest, boud, gewaagd, stoutmoedig, vermetel

gedurende

ge` du – ren – de, voorzetsel, binnen de tijd van: gedurende een jaar, gedurende de oorlog

gedwee

ge` dwee, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, meegaand, volgzaam;, ge` dwee – heid, de -woord (vrouwelijk)

gedurig

almaar, continu, staag, steeds, aanhoudend, gestadig, onophoudelijk, onophoudend, voortdurend

gedwongen

onvrijwillig, geforceerd, gekunsteld, gemaakt, onnatuurlijk, stijf, genoodzaakt, gegeneerd, verlegen, witjes

gedwongen rit

rit waarvoor de reiziger feitelijk aangewezen is op één enkel openbaar vervoermiddel, inclusief auto voor eigen gebruik, verplaatsing te voet of per fiets daargelaten