Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

inbreker

` in – bre – ker, de -woord (mannelijk), inbrekers, iem. die inbreekt

inbreng

de opgave bij de boedelscheiding na de dood van een erflater, van giften door ergenamen van erflater bij diens leven genoten

inbranden

fase tijdens het testen waarin schakelingen met zwakke plekken of gebreken worden uitgeschift door hen gedurende een zekere tijd, bijv. een week, onder verhoogde temperatuur in een soort oven te laten werken

inbouwbedrag

Voor een belanghebbende die tevens recht heeft op een algemeen pensioen, wordt het deel daarvan dat geacht kan worden betrekking te hebben op een tijd overeenkomende met de diensttijd, waarnaar zijn pensioen is of geacht wordt te zijn berekend, tot een maximum van 40 jaren, gerekend deel uit te maken van het bedrag van zijn … Lees verder

inbraak

` in – braak, de -woord, inbraken, het inbreken

inbouw

Het inbrengen van het recht op een onvervreemdbare uitkeringï zoals AOW en AWW in een pensioen.

inborst

karakter, aard, geaardheid, natuur