Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

inherent

in – he` rent, («Latijn), bijvoeglijk naamwoord, van nature verbonden met, aanklevend, aanhangend: hoofdpijn en koorts zijn inherent aan griep

inheems

in` heems, bijvoeglijk naamwoord, van het land of het gebied zelf

inham

` in – ham, de -woord (mannelijk), inhammen, binnenwaarts inspringend gedeelte, vooral van een zee, rivier enz.

inhalig

hebberig, schraapachtig, schraapzuchtig, hebzuchtig, schraperig

inhaleren

in – ha` le – ren, («Latijn) (inhaleerde, h. geïnhaleerd), diep inademen; (geneeskrachtige dampen) insnuiven; de rook van tabak enz. inademen

inhaleertoestelletje

toestel voor het toedienen van geneesmiddelen in dampvorm of in verstoven toestand door de ademhalingswegen

inhalen

` in – ha – len, (haalde in, h. ingehaald),

inhalator

toestel voor het toedienen van geneesmiddelen in dampvorm of in verstoven toestand door de ademhalingswegen