innemend
in` ne – mend, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, voor zich innemend, genegenheid voor zich opwekkend;, in` ne – mend – heid, de -woord (vrouwelijk)
in` ne – mend, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, voor zich innemend, genegenheid voor zich opwekkend;, in` ne – mend – heid, de -woord (vrouwelijk)
verovering
` in – ne – men, (nam in, h. ingenomen),
aaneennaaien, kartonneren, vastnaaien
inneming
in` mid – dels, bijwoord, intussen
opmeting van gebouwen ten opzichte van perceelgrenzen
ingaan, inhalen, ophalen, uitlopen, winnen, warmlopen
` in – ma – ken, (maakte in, h. ingemaakt),
Het aanmelden van een computer bij een andere computer, bijvoorbeeld die van de provider.