insekt
Naam van de dieren van een klasse van de gelede dieren; het zijn door tracheeën ademende dieren, welker lichaam in drie afdelingen (kop, borststuk en achterlijf) is verdeeld, en die drie paar poten en meestal vleugels hebben
Naam van de dieren van een klasse van de gelede dieren; het zijn door tracheeën ademende dieren, welker lichaam in drie afdelingen (kop, borststuk en achterlijf) is verdeeld, en die drie paar poten en meestal vleugels hebben
insectenetend dier
insectivoren
in – sec – ti` ci – de, («Latijn), I, bijvoeglijk naamwoord, insectendodend;, II, het -woord, insecticiden, insectendodend middel
hier:elk dier dat insekten eet;’insekteneter’ elders:elk dier uit de order der insekteneters/Insectivora van de klasse der zoogdieren(bv.mollen)
hier:elk dier dat insekten eet;’insekteneter’ elders:elk dier uit de order der insekteneters/Insectivora van de klasse der zoogdieren(bv.mollen)
in` sect, («Frans«Latijn), het -woord, insecten, gekorven diertje; geleedpotig dier met zes poten en een in een kop, borststuk en onderlijf te onderscheiden lichaam
insectenhuisje
een band van vezels, die zich dwars over een spierbundel uitstrekt en deze min of meer in twee delen verdeelt; in het bijzonder bij de musculi recti abdominis
inlassen, interpoleren, invoegen, tussenvoegen, samenschuiven