intact
in` tact, («Frans«Latijn), bijvoeglijk naamwoord, onaangeroerd, onverlet, ongeschonden, in zijn geheel zijnde
in` tact, («Frans«Latijn), bijvoeglijk naamwoord, onaangeroerd, onverlet, ongeschonden, in zijn geheel zijnde
integer, geheel getal
aanval van epilepsie
aanval van hysterie
aanval;trauma
aanval
veroorzaakt door een endocriene stoornis van de pancreas
behandeling met insuline
coma met verlaagde bloedsuikerspiegel
behandeling met insuline