Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

inwrijven

frotteren, insmeren, wassen, wrijven, inpeperen

inwisselen

` in – wis – se – len, (wisselde in, h. ingewisseld), wisselen, omruilen voor iets anders: vreemd geld inwisselen ;, ` in – wis – se – ling, de -woord (vrouwelijk)

inwilligen

` in – wil – li – gen, (willigde in, h. ingewilligd), toestaan;, ` in – wil – li – ging, de -woord (vrouwelijk)

inwinnen

inhalen, uitsparen, aanvragen, vragen

inwikkeling

doek van Engels leer, fijn laken of vilt, op de cylinder gespannen, ten einde een gelijkmatige druk te krijgen

inwikkelen

inhullen, inrollen, inpakken, moffelen, omhullen, wikkelen, betrekken, impliceren, verwikkelen