kiesrecht
` kies – recht, het -woord, recht om te stemmen bij een verkiezing;, actief kiesrecht, recht om te kiezen, d.w.z. te stemmen;, passief kiesrecht, recht om tot lid van een vertegenwoordigend lichaam te worden gekozen
` kies – recht, het -woord, recht om te stemmen bij een verkiezing;, actief kiesrecht, recht om te kiezen, d.w.z. te stemmen;, passief kiesrecht, recht om tot lid van een vertegenwoordigend lichaam te worden gekozen
Voorziening waarmee elektrische netwerken kunnen worden geopend of gesloten met het doel machines of net van stroom te voorzien.
het orgaan dat toeziet op de naleving en uitvoering van de Kieswet en de minister van Binnenlandse Zaken adviseert
kengetal
fijngevoeligheid, discretie, tact
telecommunicatienetwerk met een of meer schakelcentrales
groep landen die apart geen stemrecht hebben en die zich associëren om een gemeenschappelijk beleid uit te stippelen en samen stemrecht te hebben
het grondgebied van een Lid-Staat, waar overeenkomstig bovengenoemde Akte en, binnen het kader daarvan, overeenkomstig de kieswet van deze Lid-Staat, de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door het volk van deze Lid-Staat worden verkozen
Het aantal stemmen dat nodig is voor het behalen van een zetel.
apparatuur die door de abonnee moet worden gebruikt om via een openbaar kiesnet een verbinding tot stand te brengen