wegsturen
` weg – stu – ren, (stuurde weg, h. weggestuurd),
` weg – stu – ren, (stuurde weg, h. weggestuurd),
opbergen, verbergen, verstoppen, verdringen, verduiken
uitklinken, aflopen, uitgaan, uitsterven, versterven, wegkwijnen
afsteken, uitsteken, opbergen, verbergen, verstoppen, maskeren
opsluiten, opbergen
meeslepend
meeslepen
(drukk.)(van inkt)in het papier wegzakken
doorstrepen
afschieten, wegspringen, wegslaan