klaarkrijgen
afkrijgen, gereedkrijgen
afkrijgen, gereedkrijgen
gereedleggen
` klaar – ko – men, (kwam klaar, is klaargekomen), gereedkomen; tot een eind brengen; resultaat bereiken; vooral een orgasme krijgen
onbewolkt
duidelijkheid, helderheid
klaar` blij – ke – lijk, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, duidelijk blijkend
(«Latijn), bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
als alle antecedenten van een regel voldoen aan de huidige toestand dan kan een regel vuren
klacht
` klaag – lijk, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, klagend, jammerlijk