klaploper
Kleine takel met dubbel stel schijven om een grotere trekkracht uit te kunnen oefenen.
Kleine takel met dubbel stel schijven om een grotere trekkracht uit te kunnen oefenen.
bietsen, op de schobberdebonk lopen, parasiteren, uitvreten
(voorheen) rechtdradig, fijnringig eikehout, waaruit duigen gekloofd kunnen worden
ophaalbrug
deur met een horizontale draaias
Lang blok meestal met een wartelhaak en een dwarse gleuf in een der haken zodat de loper zonder meer op de schijf kan worden gelegd.
kruisbessenstruik
kruisbes
opklapbank
de -woord (mannelijk), klappen,