kluiven
` klui – ven, (kloof, h. gekloven), het vlees van een been knagen; figuurlijk ,, daar heb je wat aan te kluiven, daar heb je veel aan te doen, dat is een lastig werk
` klui – ven, (kloof, h. gekloven), het vlees van een been knagen; figuurlijk ,, daar heb je wat aan te kluiven, daar heb je veel aan te doen, dat is een lastig werk
een verlengstuk van de boegspriet;ook de boegspriet zelf als hij geen verlengstuk heeft
Veel voetballers in een kluwen rond de bal.
bonkje, klompje, klontje, groepje, zootje, zwikkie
aardkluit, bijeengehouden door de wortels van een plant
soort van boei aan een der voeten aangelegd om een paard of rund in zijn bewegingen te belemmeren
boeien
Opening ter zijde van de voorsteven om de ankerketting door te voeren, en waarin de ankerschacht wordt getrokken bij het ophalen
(«Latijn), de -woord, kluizen,
een verlengstuk van de boegspriet;ook de boegspriet zelf als hij geen verlengstuk heeft