Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

kort haksel

haksel:op mechanische wijze verkleind graanstro

kort

(«Latijn), bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, van geringe lengte of tijdsduur;, het kort houden, snel en terzake bespreken;, iem. kort houden, iem. weinig vrijheid laten;, het is kort dag, er is weinig tijd (van voorbereiding);, kort en klein slaan, helemaal kapot;, te kort doen, benadelen;, zich te kort doen, zichzelf benadelen, ook zelfmoord plegen;, te kort … Lees verder

korsten

` kor – sten, (korstte,

korst

(«Latijn), de -woord, korsten, min of meer harde, dunne laag die iets bedekt: de korst van een brood ; de korst op een wond

korset van Sayre

gipskorset ter ondersteuning van de ruggegraat bij aandoening van de ruggewervels

kors

de richting die is aangegeven door de vliegtuiglangsas, doorgaans uitgedrukt in graden ten opzichte van het noorden ( ware, magnetische, kompas- en kaartrichting )

korset

kor` set, («Frans), het -woord, korsetten,

korrelverdeling

verdeling naar grootte van de korrels van een materiaal, uitgedrukt in massadelen

korreltjes van ijzer

materiaal voor het reinigen en het zandstralen van metalen werkstukken, voor het polijsten en graveren van metaal en glas, voor het bewerken van steen, voor het verharden (aanbrengen van een slijtlaag) van beton, enz