kwijten
voldoen
voldoen
` kwijt, («Frans«Latijn), bijvoeglijk naamwoord :, kwijt zijn, verloren hebben of vrij zijn van; zich niet meer herinneren:, ik ben de naam kwijt ;, dat wil ik kwijt zijn, van die bijzonderheid ben ik niet helemaal zeker
` kwij – len, (kwijlde, h. gekwijld), speeksel uit de mond laten lopen; informeel zeuren, zaniken
` kwij – nen, (kwijnde, h. gekwijnd), uitteren, verwelken; verzwakken, achteruitgaan
kwal, slijmerd, slijmjurk
speeksel, spuug, zever
rap, vlug, bijdehand, flink, kwik, levendig, monter, opgewekt, uitgeslapen, wakker
femelen, zemelen, zeuren
piechem, snoeshaan, snuiter, type, vogel, kwast, nummer, zot
zemelaar, zeurkous