laboe siem
peervormige vrucht van een Zuidamerikaanse klimplant
peervormige vrucht van een Zuidamerikaanse klimplant
` la – bo, («Frans), het -woord, labo`s, Zuid-Nederlands , verkorting van laboratorium; vgl : lab
hypertrofie van het submuceuze weefsel en het slijmvlies van de lip aan weerszijden van de mediaanlijn, meestal van de bovenlip
het gesprokene opnemen door waarneming van de mond-en vooral van de lipbewegingen
lip
verlammingen t.g.v. aandoening der motorische centra in de medulla oblongata; chronische, progressieve, fataal eindigende ziekte, gekenmerkt door verlamming en atrofie van de spieren van mond en keel, berustend op een degeneratie der zenuwkernen in de bodem van de vierde ventrikel
de neiging om van het ene uiterste in het andere te vervallen
la` biel, («Frans«Latijn), bijvoeglijk naamwoord, wankelbaar, licht omslaand, onvast, eigenlijk en figuurlijk
aan de ingang van de mond, bij Tweekleppigen (oesters, mosselen e.d.)
akkergrond, bouwland