werkloos
` werk – loos, bijvoeglijk naamwoord, = werkeloos
` werk – loos, bijvoeglijk naamwoord, = werkeloos
vakbond
betrekking, werkmidden, baan, beroep, bezigheid, job, vakgebied, ressort
niet-officiele kilometrering
Tijdelijk gebouwtje bij grote bouwwerken voor directie of opzichters en aannemers(1);Gebouwtje waarin de aannemer of opzichter van een uit te voeren werk huist(3)
studeerkamer, studeervertrek
uiteindelijke, zorgvuldig uitgevoerde optekening van een zeekaartering. De schaal van de werkkaart is normaliter tweemaal zo groot als de schaal van de hieruit afgeleide zeekaart
actieradius
Periode waarin een werkzame stof in een organisme of het milieu werkzaam blijft.
` wer – king, de -woord (vrouwelijk), werkingen,