legislatuur
zittingsduur, zittingstijd
zittingsduur, zittingstijd
le – gi` tiem, («Frans), bijvoeglijk naamwoord, wettelijk, wettig; rechtmatig; in echt geboren;, legitieme portie, wettelijk erfdeel, waarover de erflater niet vrij mag beschikken;, legitiem vorst, iem. die een erfelijk gegrond recht op de troon bezit
wetgevend
wetgeving
veteranenziekte
volwassen hen van de soort Gallus gallus die gehouden wordt voor de produktie van eieren
` le – gio, («Latijn), bijvoeglijk naamwoord, zeer talrijk: de fouten zijn legio
de onderste molensteen
` leg – gen, (legde (lei), h. gelegd), doen liggen; , eieren voortbrengen; wederkerend :, zich leggen, gaan liggen
rechten geheven door een administratie wegens beschikkingen, afschriften van stukken, contracten enz., in feite een vorm van (gemeentelijke of provinciale) belasting