leutig
jolig
jolig
kletserig, zanikend
` leu – te – ren, (leuterde, h. geleuterd),
leut, pret
leus ,, ` leu – ze, de -woord, leuzen, zinspreuk, kernachtige zin, die een ideaal of doelstelling bevat;, voor de leus, voor het uiterlijk, voor de schone schijn
leute, lol, plezier, pret, vrolijkheid, koffie
colportage
` leu – ren, (leurde, h. geleurd),
venter
` leu – ning, de -woord (vrouwelijk), leuningen, voorwerp (bijv. bij een brug of trap), waarop of waartegen men kan leunen