liefje
amante, beminde, geliefde, hartje, schatje, sweetheart, dotje, schat
amante, beminde, geliefde, hartje, schatje, sweetheart, dotje, schat
lief – heb – be` rij, de -woord (vrouwelijk), liefhebberijen,
` lief – heb – ber, de -woord (mannelijk), liefhebbers ,, ` lief – heb – ster, de -woord (vrouwelijk), liefhebsters,
` lief – heb – ben, (had lief, h. liefgehad), beminnen
bekoorlijkheid, bevalligheid, lieflijkheid, bekoring
` lief – de – vol, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, met grote liefde
lieflijk, zachtaardig, bekoorlijk, bevallig, lieftallig, zoet, schilderachtig, amabile, dolce
In wapenkunde, in elkaar gevlochten linden of knopen die in verschillende gedaante als wapenfiguren voorkomen
liefdesverhouding
liefdevol