Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

wijzer afstelraadje

onderdeel van inrichting aan horloges voor het opwinden en gelijkzetten

wijzer

` wij – zer, de -woord (mannelijk), wijzers,

wijzen

` wij – zen, (wees, h. gewezen),

wijze van vervoer

bij verzending, de wijze van vervoer, bepaald door het actief vervoermiddel waarmee de goederen worden geacht het statistiekgebied van de Lid-Staat van verzending te verlaten en bij aankomst de wijze van vervoer, bepaald door het actief vervoermiddel waarmee de goederen het statistiekgebied van de Lid-Staat van bestemming binnenkomen

wijze

melodie, wijs, stijl, trant, manier, methode, modus, voet, vorm, geleerde, wijsgeer

wijten

aanrekenen, aantijgen, aanwrijven, toedichten, betichten, toeschrijven

wijsvinger

` wijs – vin – ger, de -woord (mannelijk), wijsvingers, vinger naast de duim

wijsproeven van Barany

na aanwijzen van een punt met geopende ogen kan een gezonde dit ook met gesloten ogen; bij cerebellaire en vestibulaire stoornissen treedt voorbijwijzen in een constante richting op, tenzij de afwijking reeds lang bestaat

wijsproef

proef waarbij de patiënt de armen vóór zich strekt en beide wijsvingers moet richten naar de wijsvingers van de onderzoeker, die voor hem staat, en de armen moet meebewegen met de bewegingen van de armen van de onderzoeker

wijsneus

` wijs – neus, de -woord (mannelijk), wijsneuzen, betweter; vroegrijp kind