windmaker
dikdoener, druktemaker, opschepper, pocher, praatjesmaker, windbuil
dikdoener, druktemaker, opschepper, pocher, praatjesmaker, windbuil
langwerpige lade waarop de pijpen in een orgel staan en waarin zich de ventielen bevinden
luchtkussen
De kracht die wind kan uitoefenen.
koliek t.g.v.aanwezigheid van gassen of lucht in de darm
luchtklep
bocht, kronkel, kronkeling, slag
Wervelwind van kleine omvang die in het midden lichte voorwerpen omhoogzuigtyn:twister
hazewind
hoofdstad van Namibië