Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

windmaker

dikdoener, druktemaker, opschepper, pocher, praatjesmaker, windbuil

windlade

langwerpige lade waarop de pijpen in een orgel staan en waarin zich de ventielen bevinden

windkracht

De kracht die wind kan uitoefenen.

windkoliek

koliek t.g.v.aanwezigheid van gassen of lucht in de darm

winding

bocht, kronkel, kronkeling, slag

windhoos

Wervelwind van kleine omvang die in het midden lichte voorwerpen omhoogzuigtyn:twister

Windhoek

hoofdstad van Namibië