wip
I, de -woord (mannelijk), het wippen; sprong;, in een wip, in een ogenblik; zie ook bij, wipje ;, II, de -woord, wippen,
I, de -woord (mannelijk), het wippen; sprong;, in een wip, in een ogenblik; zie ook bij, wipje ;, II, de -woord, wippen,
winzuchtig
bepaalde paddestoel
wintertijd
Sport die in de winter beoefend wordt.
winterzonnestilstand
winter
Geeft aanvullend landbouwonderwijs.
(Arthur) Yvor (1900-1968), Amerikaans schrijver
wintervoorraad