woelig
` woe – lig, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, druk, onrustig
` woe – lig, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, druk, onrustig
onruststoker
werktuig met één of meer werkende delen waarmee de grond onder de bouwvoor wordt losgemaakt
` woe – len, (woelde, h. gewoeld),
bloedzuiger, uitbuiter
waf
rabiaat, spinnijdig, woest, dol, furieus, koleirig, razend, toornig, vertoornd, ziedend, furioso
` woe – den, (woedde, h. gewoed), razen; in hevige, verwoestende werking zijn; de oorlog woedt voort ; de ziekte woedde vooral in de dichtbevolkte gebieden
Bar waar overwerkte klanten voor ongeveer 1.500BF het meubilair mogen vernielen of naar hartelust op etalagepoppen slaan.
` woe – de, de -woord, toorn, gramschap; in woede ontsteken ; zijn woede op iemand koelen ; machteloze woede ; als laatste lid in samenstellingen manie, zucht: koopwoede, verzamelwoede