wrok
animositeit, haat, rancune, ressentiment, vete, pik, vijandigheid, verbittering
animositeit, haat, rancune, ressentiment, vete, pik, vijandigheid, verbittering
ploeteraar, zwoeger
` wroe – ten, (wroette, h. gewroet),
` wroe – ging, de -woord (vrouwelijk), wroegingen, diep berouw
vervaardigen, werken
diegene die door het afgeven van het recht om een bepaalde gestandaardiseerde hoeveelheid aandelen te verkopen dan wel af te nemen tegen een bepaalde prijs gedurende de looptijd van de optie een short-positie creëert of vergroot ;tegenpartij van de(ver)koper van het recht om aandelen gedurende een bepaalde periode tegen vooraf vastgestelde prijs te mogen(ver)kopen
machine voor het uitpersen van het vet cacaoboter uit cacaomassa
` wrin – gen, (wrong, h. gewrongen),
` wrik – ken, (wrikte, h. gewrikt),
halfrond uitsparing in de bovenrand van de spiegel van een roeiboot, bestemd om de xrikriem in te leggen