zakelijk recht
absoluut recht op enig goed dat tegenover iedereen die daarop inbreuk maakt werkt
absoluut recht op enig goed dat tegenover iedereen die daarop inbreuk maakt werkt
` za – ke – lijk, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
Doek dat gebruikt word om je neus mee in te snuiten.
zakgeld
Voldoende klein boekje om op zak te dragen.
uitstulping van de embryonale pharynx, die in verbinding treedt met het mesencephalon en zich tenslotte ontwikkelt tot de hypofyse-voorkwab
zwakke recessus op de overgang van de ductus cysticus in de galblaas
lange ijs-of koudwaterzak tot afkoeling van de ruggegraat
peervormige, door elastische vezels omgeven holte, gevuld met vet en bindweefsel in het labium maius
(«Frans«Latijn), de -woord (mannelijk), zakken,