Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

zwerfjongere

jongere die is weggelopen of uit huis is gezet.

zwerfhart

abnormaal beweeglijk hart

zweren

beloven, bezweren, een eed doen, onder ede beloven, ulcereren

zwepen

` zwe – pen, (zweepte, h. gezweept), aandrijven, voortdrijven

zwenking

slinger, wending, draai, draaiing, zwaai, zwieper

zwenkgras

geslacht uit de familie der grassen/gramineeen

zwenkende laadboom

Laadgerei voorzien van één laadboom, zodat de last slechts kan worden verplaatst door een draaibeweging van deze boom

zwenken

` zwen – ken, (zwenkte, h. en is gezwenkt), draaien, van richting veranderen