zwenking
slinger, wending, draai, draaiing, zwaai, zwieper
slinger, wending, draai, draaiing, zwaai, zwieper
geslacht uit de familie der grassen/gramineeen
Laadgerei voorzien van één laadboom, zodat de last slechts kan worden verplaatst door een draaibeweging van deze boom
` zwen – ken, (zwenkte, h. en is gezwenkt), draaien, van richting veranderen
Onder een hoek stellen van aanliggende plaatdelen met zwenkbuiggereedschap of zetbank
draai, wending, wenteling, zwenking, zwieper
draaistang, slinger
bedriegen, frauderen, knoeien, oplichten, sjoemelen
zwen – de – la` rij, de -woord (vrouwelijk), zwendelarijen, zwendel
oplichter