Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

zalig

gelukzalig, gezegend, gelukkig, heerlijk, verrukkelijk, dronken

zakwater

neerslagoverschot dat tot op de grondwaterspiegel doorzijgt

zaktelefoon

een autotelefoon met normale telefoonhoorn, kleine batterij en laag zendvermogen, meestal van het draadloze type

zakstophorloge

horloge met één of twee chronograafwijzers, doch zonder gewone wijzers

zaksel

bezinksel, dik, drab, draf, droes, droesem

zaknet

net dat door zijn bouw nagenoeg een zak vormt zoals bv. een trawl, haam, lampara, zegen, botnet, kornet, sleepnet, spieringtoger

zakkervorming

zakker: golving in een verflaag veroorzaakt door zakken, naar beneden druipen van de uitgestreken verf