zalig
gelukzalig, gezegend, gelukkig, heerlijk, verrukkelijk, dronken
gelukzalig, gezegend, gelukkig, heerlijk, verrukkelijk, dronken
neerslagoverschot dat tot op de grondwaterspiegel doorzijgt
een autotelefoon met normale telefoonhoorn, kleine batterij en laag zendvermogen, meestal van het draadloze type
horloge met één of twee chronograafwijzers, doch zonder gewone wijzers
bezinksel, dik, drab, draf, droes, droesem
pocketcalculator, zakjapanner
zinkput
doedelzak
net dat door zijn bouw nagenoeg een zak vormt zoals bv. een trawl, haam, lampara, zegen, botnet, kornet, sleepnet, spieringtoger
zakker: golving in een verflaag veroorzaakt door zakken, naar beneden druipen van de uitgestreken verf