zaterdag
` za – ter – dag, de -woord (mannelijk), zaterdagen, dag van de week
` za – ter – dag, de -woord (mannelijk), zaterdagen, dag van de week
hoeve, landgoed
bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
vaudeville
Met de afstandsbediening over en weer schakelen van het ene kanaal op het andere, op zoek naar een leuk TV fragment.
Het wissen van een gedeelte van een programma, over het algemeen in machinetaal, en eventueel dit gedeelte vervangen door andere opdrachten
vormt met de vliegen de insectenorde van de tweevleugeligen
zanik, zeikerd, zeur, zeurkous, zeurpiet
emmeren, meieren, melken, zagen, zemelen, kutkammen, leuteren, malen, mekkeren, zeiken, zeuren, zeveren, ziegezagen
` za – nik, de -woord, zaniken, zeurkous