Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

ploegschaaf

lange schaaf voor het maken van groeven in planken

ploegendienst

a) continudienst(4 of 5 ploegen/24 uur op 24); b) continuarbeid(4 of 5 ploegen, weekend inbegrepen); c) semi-continudienst(3 ploegen/24 uur op 24,maar niet in weekends); d) semi-continuarbeid(3 ploegen); e) half-continuarbeid(3 ploegen); f) tweeploegendienst (geen nachtarbeid); g) discontinuarbeid(2 ploegen)

ploegenstelsel

a) continudienst(4 of 5 ploegen/24 uur op 24); b) continuarbeid(4 of 5 ploegen, weekend inbegrepen); c) semi-continudienst(3 ploegen/24 uur op 24,maar niet in weekends); d) semi-continuarbeid(3 ploegen); e) half-continuarbeid(3 ploegen); f) tweeploegendienst (geen nachtarbeid); g) discontinuarbeid(2 ploegen)

ploegenarbeid

a) continudienst(4 of 5 ploegen/24 uur op 24); b) continuarbeid(4 of 5 ploegen, weekend inbegrepen); c) semi-continudienst(3 ploegen/24 uur op 24,maar niet in weekends); d) semi-continuarbeid(3 ploegen); e) half-continuarbeid(3 ploegen); f) tweeploegendienst (geen nachtarbeid); g) discontinuarbeid(2 ploegen)

ploegen tot bedden

een deel van een akker, van binnen naar buiten werkend, rondgaand ploegen, vervolgens, zonder de ploeg te lichten, naar een naastgelegen deel van de akker overgaan, dit evenzo ploegen en z

ploeg

de -woord, ploegen,

ploegbaas

brigadier, ploegleider, meestergast, voorman

plodderen

baggeren, slobberen, plonzen, schrobben, wassen, plassen, knoeien, morsen