plooi
(«Oud-Frans), de -woord, plooien,
(«Oud-Frans), de -woord, plooien,
elk der halvemaanvormige dwarsplooien in het slijmvlies van het rectum
` plon – zen, (plonsde,
pierenbad
Person with Little Or No Knowledge, persoon met geen of weinig kennis.
onverwacht
botweg, ruw
plonzen
bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
het opvullen van een ontstane holte met een inerte massa, meestal in gebitselementen (odontoplerose),doch ook in beenderen en elders