pluizen
` plui – zen, («Oud-Frans),
` plui – zen, («Oud-Frans),
machine voor het verwijderen van knopen en klitten in weefsels
bijeenbehorende troep hoenders of eenden
bijvoeglijk naamwoord, in orde, veilig; zoals het behoort: het is hier niet pluis, 2, pluis,
koningsvaren
orgaan dat de jonge stengelspruit(plumule)omgeeft bij kiemen en kiemplantjes van grassen
onderdeel van bepaalde plantekiemen ;stengeltje aan de kiem met een of meer jonge blaadjes
met eironde of bolronde zaden, waarvan sommige soorten strogeel van kleur zijn
` plui – men, I, (pluimde, h. gepluimd),
vedergewicht