Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

zwieren

ronddraaien, zwaaien, centrifugeren, fuiven

zwierder

centrifuge, droogzwierder

zwierbol

flierefluiter, losbol, pretmaker

zwier

zwaai, zwenk, zwieper, gratie, sierlijkheid, zwierigheid, boemel, rol

zwichten

` zwich – ten, (zwichtte,

zweverig

` zwe – ve – rig, bijvoeglijk naamwoord,

zwevende ruimer

Ruimer, die zich zelf instelt in het te ruimen gat als gevolg van een beweeglijke ophanging in een meeneembus

zwevende pont

een onder een vaste brug(en daaraan verbonden)heen en weer gaand voertuig voor het overzetten van het langzame verkeer;oorspronkelijk uit Bilbao;niet in NL

zwevend draaien

Draaibewerking waarbij het werkstuk slechts aan een zijde wordt ingespannen

zweven

` zwe – ven, (zweefde, h. en is gezweefd),