Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

programmadeel

onnauwkeurige aanduiding van een volledig programma of een gedeelte daarvan met een afgeronde, op zichzelf staande functie en veelal frequent gebruik

programmacontrole

testen van een nieuw programma in zijn geheel, nadat het in delen werd getest

programmablokschema

stroomschema dat op een aanschouwelijke wijze de structuur van een computerprogramma uitbeeldt in een dusdanige detaillering, dat aan de hand van dit schema het programma kan worden geschreven, in principe zelfs door een programmeur die niet bij het opstellen van het schema betrokken is geweest

programmacoderen

het omzetten van een programma in de opdrachtencode geschikt om op het voor de invoer te gebruiken medium te worden geschreven(1); het vastleggen van de programma-instructies in codevorm, zodat ze via een invoermedium in de computer kunnen worden gevoerd(2); onderdeel van het programmeren: schrijven van programmaopdrachten in codevorm(3)

programmablokdiagram

stroomschema dat op een aanschouwelijke wijze de structuur van een computerprogramma uitbeeldt in een dusdanige detaillering, dat aan de hand van dit schema het programma kan worden geschreven, in principe zelfs door een programmeur die niet bij het opstellen van het schema betrokken is geweest

programmablok

rij records, woorden of tekenrij die om technische of logische redenen als een eenheid worden behandeld

programmabesturing

regelen van de gehele afloop van een verwerkingsproces vanuit het besturingsorgaan onder besturing van een programma

programma-aanroep

eenduidige identificatie van een programma door een nummer of een naam

programma-afhankelijke storing

onvoorzien, onjuist gedrag van bepaalde circuits wanneer zich een ongebruikelijke combinatie van programmastappen voordoet

programma-aanhef

deel van het programma dat voorafgaat aan het geladen programma en dat de bijbehorende kenmerken beschrijft