zender
` zen – der, de -woord (mannelijk), zenders,
` zen – der, de -woord (mannelijk), zenders,
in de FTAM-standaard: de entiteit, die een gedeelte of de gehele bestandsinhoud gedurende het file-gegevensoverdrachtsregime verzendt
` zen – den, (zond, h. gezonden),
functioneel circuit voor data gezonden door de DTE naar de DCE
uitgang van de eindapparatuur-interface
Drijvend lichaam al dan niet voorzien van een lichtbron of radiozender, geplaatst ter geleiding van naburige schepen
zendmast
radioamateur
Avestisch
zeikerd, zemel, zemelaar, zeur