recessus phrenicohepatici
langwerpige ruimte onder het diafragma, ontstaan door de bijzondere wijze waarop de lever met het diafragma is verbonden
langwerpige ruimte onder het diafragma, ontstaan door de bijzondere wijze waarop de lever met het diafragma is verbonden
kleine holten aan de linkerkant achter het colon descendens ontstaan door onregelmatige vergroeiing vann het colon en het peritonaeum parietale
het bovenste gedeelte van het cavum tympani, waarin het capitulum mallei en het grootste gedeelte van de incus zijn gelegen
holte achter de flexura duodenojejunalis begrensd door de plica duodenojejunalis en de plica duodenomesocolica
korte spleet aan de voorkant van het corpus pineale
holte achter de flexura duodenojejunalis begrensd door de plica duodenojejunalis en de plica duodenomesocolica
wigvormige ruimte tussen pleura costalis en pleura mediastinalis, welke bij diepe inspiratie door longweefsel wordt gevuld, doch waarvan het voorste deel vrij blijft
recessief: in de erfelijkheidsleer m.b.t. eigenschappen bij overerving alleen dan aan het licht tredend, indien zij niet door andere (dominante) eigenschappen overheerst worden (de meest erfelijke afwijkingen bij de mens erven recessief over)
re` ces, («Latijn), het -woord, recessen, verdaging, vakantie van volksvertegenwoordigingen en (rechterlijke) colleges
re` ces – sie, («Latijn), de -woord (vrouwelijk), teruggang; achteruitgang in economische activiteit, depressie