rechtvaardigen
recht` vaar – di – gen, (rechtvaardigde, h. gerechtvaardigd),
recht` vaar – di – gen, (rechtvaardigde, h. gerechtvaardigd),
justificatie, wettiging, verantwoording, verdediging, rechtvaardigmaking
recht` vaar – dig, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
rechtdoor, grofweg, clean, duidelijk, eerlijk, openhartig, oprecht, rechtstreeks, ronduit
` rechts – zaak, de -woord, rechtszaken, behandeling van een overtreding, geschil enz. door de rechtbank
juridisch adviesbureau die gratis hulp verleent bij kleine rechtsproblemen
hij die enig recht voor de genoemde bezit
aanzuiveren:het alsnog verschuldigde bedrag van een vordering voldoen
rechtverwerking: door eigen toedoen door handelen, maar vooral door stilzitten waar optreden vereist was, verloren laten gaan van enig recht, met name bij verval van recht door niet-tijdig protesteren
Het door handelen, of stilzitten waar optreden vereist was, verloren laten gaan van enig recht, enige bevoegdheid; voor vele gevallen speciaal door de wet geregeld, in andere uit de aard der zaak (bv. uit het vereiste der goede trouw bij overeenkomsten) afgeleid