Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

zeurkous

` zeur – kous, de -woord, zeurkousen, zeur

zeurig

druilerig, grijnig, pruilerig, sikkeneurig, zemelig, temerig

zeuren

emmeren, klieren, klooien, kwezelen, melken, mieren, ouwehoeren, reutelen, urmen, zagen, zemelen, zemelknopen, kloten, kutkammen, kwijlen, malen, mekken, palaberen, sodemieteren, vervelen, zaniken, zeiken, zeveren, ziegezagen, aandringen

zeur

de -woord, zeuren, iemand die zeurt

zeulen

` zeu – len, (zeulde, h. gezeuld), voortslepen, sjouwen

zeug

de -woord (vrouwelijk), zeugen, wijfjesvarken

zetting

zetting van de bodem ten gevolge van wateronttrekking of belastingen van de grond

zetterij

De ruimte of afdeling in een grafisch bedrijf waar het zetten plaats heeft.

zetter

letterzetter