rillen
` ril – len, (rilde, h. gerild),
` ril – len, (rilde, h. gerild),
vorm van watererosie waarbij het regenwater in kleine preferente stroombanen van een helling af stroomt en materiaal meeneemt
Vervaardiging van een rondlopende ril in de mantel van een bus of buis door de wand onder axiale druk op de rand te laten uitknikken
vorm van watererosie waarbij het regenwater in kleine preferente stroombanen van een helling af stroomt en materiaal meeneemt
Een geperste gleuf op een plaats waar een vouw moet komen. (zowel op papier als op karton).
rijksdaalder
zeer licht rijtuig voor personenvervoer
hart
aanzwellen, omhoogkomen, omhooggaan, opstijgen, opzwellen, stijgen, opstaan, zich verheffen, ontstaan, opkomen
Weg bestemd voor (brom) fietsers. Men onderscheidt: a) het vrijliggend fietspad dat hetzij parallel loopt met de hoofdrijbaan en daarvan door een tussenberm wordt gescheiden, hetzij een geheel eigen tracé volgt (soms zelfstandig fietspad genoemd); b) het aanliggend fietspad dat door een zeer smalle voorziening is gescheiden van de hoofdrijbaan dan wel geheel verhoogd langs … Lees verder