rond-torn
in verband met man over boord
in verband met man over boord
aarzelen, weifelen
` rond – te, de -woord (vrouwelijk), rondten en rondtes, rondheid; omtrek; kring
rondzenden
struinen
rondvertellen, bekendmaken, verklappen, verspreiden, verstrooien
rondwaren
kromming van een baan of vel papier of karton als gevolg van ongelijkzijdigheid, ongelijkmatige vochtverdeling en/of inwendige spanningen
Een bij benadering ronde doorsnede smeden door een stuk staf tijdens het smeden tussen matrijsdelen intermitterend te roteren
drentelen, flaneren, kuieren, ronddwalen, lanterfanten, rondlopen