rooms
bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, rooms-katholiek;, roomse bonen, tuinbonen;, Rooms-Koning, titel van de vorst in het oude Duitse Keizerrijk die tot keizer zou worden gekroond
bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, rooms-katholiek;, roomse bonen, tuinbonen;, Rooms-Koning, titel van de vorst in het oude Duitse Keizerrijk die tot keizer zou worden gekroond
geelwit
kaas waarvan het vetgehalte der droge stof ten minste 60 % bedraagt
Boter die gemaakt wordt van room, in tegenstelling tot margarine.
soort uit de familie der Annonaceae van de klasse der tweezaadlobbigen van het plantenrijk
de -woord (mannelijk), melkvet; figuurlijk het beste;, de room is van de melk af, het is niet royaal meer, de verdiensten of inkomsten zijn merkbaar verminderd
rookkolom
cellulosenitraat vermengd met m.n. stabilisatoren
gerookt paardevlees, van muisje of spierstuk
nieuwste en nicotineloze middel in de antirookcampagne