ruilvoetverlies
het verschijnsel dat een land een groter deel van zijn nationaal produkt aan import moet besteden(bv.door prijsstijging bij het kopen van goederen en diensten in het buitenland);dit leidt tot koopkrachtverlies en vraaguitval
het verschijnsel dat een land een groter deel van zijn nationaal produkt aan import moet besteden(bv.door prijsstijging bij het kopen van goederen en diensten in het buitenland);dit leidt tot koopkrachtverlies en vraaguitval
I, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
indicator die toelaat het voordeel te berekenen dat een gegeven economie geniet uit externe commerciële ;de prijsverhouding(ruilvoet p tussen eindprodukten en grondstoffen
de rechtvaardigheid van de ene mens jegens de andere
donorhart
` rui – len, (ruilde, h. geruild), in de plaats geven van iets anders, verwisselen;, als twee ruilen, moet er een huilen of van ruilen komt huilen, een ruil is vaak voor een van de partijen nadelig
Handelaar met allerlei nering, in Friesland meestal een schipper, parlevinker.
de -woord (mannelijk), ruilen, het ruilen, verwisseling: in ruil geven voor of tegen
boeket, bos bloemen, tuil
` rui – ken, (rook, h. geroken),