ver` ant – woor – den, (verantwoordde, h. verantwoord), rechtvaardigen, rekenschap afleggen: zich te verantwoorden hebben ;, het zwaar te verantwoorden hebben, veel te verduren hebben;, iets kunnen verantwoorden ;, verantwoord zijn, zo gehandeld hebben dat men de verantwoording van zijn handelwijze dragen kan;, vgl : verantwoord