het uit produktie genomen bouwland moet ten minste 20 % van de oppervlakte van het in lid 2 bedoelde bouwland van het betrokken bedrijf uitmaken. Het land mag gedurende een periode van ten minste vijf jaar, met mogelijkheid tot opzegging van de verbintenis na drie jaar, niet worden bebouwd, dit wil zeggen dat het:1)braak moet blijven liggen, met mogelijkheid van vruchtwisseling; 2)moet worden bebost, of; 3)voor andere doeleinden dan de landbouw moet worden gebruikt