voor een motorvoertuig, wanneer het voertuig stilstaat en de aandrijfmotor uitgeschakeld is en de beweegbare delen in de normale stand (en) staan; voor een aanhangwagen, wanneer de aanhangwagen vastgemaakt is aan een trekkend motorvoertuig in de toestand als beschreven in punt 1.26.1 en de beweegbare delen in de normale stand staan