` open, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, niet dicht, niet gesloten; eerlijk, openhartig: een open gelaat ;, een open been, been met een wond die moeilijk geneest;, een open brief, brief waaraan algemene bekendheid wordt gegeven (door publicatie);, open deur, voor ieder toegankelijk, zie ook bij deur ;, een open doekje, applaus als blijk van waardering;, open haard, haard waarvan het vuur brandt in een ruimte die in open verbinding staat met de rest van het vertrek;, een open haven, niet door sluizen e.d. afgesloten, vrij toegankelijk;, open hoek, hoek (bet 5) met zeer levendige handel, buiten de hoekman om;, open krediet, voor een onbepaald bedrag;, de open lucht, buiten;, een open plaats, een onbezette plaats;, een open stad, een onverdedigde stad;, open tafel, voor ieder toegankelijk (tegen betaling);, een open vraag, een nog niet te beantwoorden vraag;, open wijn, niet in flessen;, de open zee, volle zee;, open kampioenschappen, wedstrijden om het kampioenschap van een bepaald land in een tak van sport of spel, waaraan ook buitenlandse spelers mogen deelnemen;, open huwelijk, samenlevingsvorm van twee partners die elkaar seksuele relaties met anderen toestaan