bijwoord en voegwoord, behalve dat; bovendien; evenzo; toch: had het dan ook gezegd ; soms: weet u ook, hoe laat het is? ; zelfs: ook tegen zijn vrienden was hij onhebbelijk ;, ook al, hoewel;, dan ook, dienovereenkomstig; (redengevend):, hij leeft royaal, maar hij is ook rijk