de nationale loonvoetverandering, voor zover die bepaald wordt door de arbeidsmarktsiuatie, wordt het meest beinvloed door die regionale arbeidsmarkten, waar de spanning tussen vraag en aanbod het grootst is. In het wegingsproces tellen alleen de meest krappe arbeidsmarkten mee. De inflatoire impulsen daar leiden – bijv. via het mechanisme van nationale loononderhandelingen – tot even grote loonstijgingen in regio`s met minder krappe arbeidsmarkten