(«Frans«Latijn«Grieks), de -woord & het -woord, koorden, touw, lijn; , dikke gevlochten lijn aan gordijnen e.d.;, de koorden van de beurs in handen hebben, de beschikking over het geld hebben;, Zuid-Nederlands :, in de koord springen, dansen, touwtjespringen;, Zuid-Nederlands :, iem. aan het koordje houden, aan de praat, aan het lijntje houden;, Zuid-Nederlands :, aan één, dezelfde koord trekken, samenspannen, één lijn trekken;, Zuid-Nederlands :, aan het kortste, langste koordje trekken, eindje; zie ook, kat