Kiel waarbij het middenzaathout vervangen is door langsscheepse platen, ongeveer 1 Ã 1,5 m van elkaar verwijderd en even hoog als de dubbele bodem, die van de machinekamer naar voren lopen en met de plaatkiel en de topplaat van de dubbele bodem een koker vormen, waardoor de leidingen naar het voorschip lopen